Thomas van Haaften herstelt van een zware liesblessure. Dat herstel verloopt niet in een rechte lijn: na vooruitgang volgde onlangs opnieuw een terugslag. Hij hoopt na de winterstop weer te kunnen voetballen.
De blessure ontstond tijdens het laatste partijtje van de training, vlak voor de eerste competitiewedstrijd. “Ik zette mijn lichaam normaal in voor een verdedigende actie. Toen hoorde ik in mijn lies iets ‘pang’ zeggen. Er bleek een flinke scheur in de pees te zitten. Ik begreep direct dat er iets mis was.”
Een klap
Het was dubbel pech voor Thomas. Hij liep een zware blessure op, juist toen hij aan het begin van de nieuwe competitie een basisplaats had veroverd. “Niet alleen fysiek, maar ook mentaal was dit een klap. Het was moeilijk om de weg omhoog weer te vinden. Op de club ben ik daarbij goed geholpen. Ze kennen me hier wel. Ik ben gedreven en heb weinig geduld. Deze blessure heeft tijd nodig om te genezen. Dus moesten ze me afremmen. Ik wilde te vroeg het veld weer op, maar onlangs liet mijn lichaam merken dat dat nog niet de bedoeling was.”

65 procent
Het herstel duurt langer dan Thomas aanvankelijk hoopte. “De prognose was twee à drie maanden, maar na drie maanden zit ik nu op zo’n 65 procent. Het duurt nog wel even voordat ik met de groep kan meetrainen. Daarna moet ik nog wedstrijdfit worden. Elke week dat ik eerder fit ben dan de winterstop, zie ik als winst.”
Vertrouwen vinden
Langdurig geblesseerd zijn is voor voetballers niet alleen fysiek, maar ook mentaal zwaar. Dat geldt zeker voor Thomas, die intensief met voetbal bezig is. “Het is moeilijk, maar erover praten helpt. Dat doe ik volop. Ik ben bij elke training en wedstrijd aanwezig en praat veel met mensen. Met Lukas van Rijswijk, René van der Kooij, Bram Ros en Wesley Zonneveld. In die gesprekken leer ik dat deze blessure niet het einde van mijn carrière is. Bovendien hoor ik echt bij de groep. Dat is het leuke aan Rijnsburgse Boys: geblesseerd of niet, ik blijf erbij horen. Ik heb de warmte van de club echt gevoeld, onder meer dankzij onwijs veel appjes.”
Thomas werkt hard aan zijn herstel. Daarnaast probeert hij weer vertrouwen in zijn lichaam te krijgen. Hij is ervan overtuigd dat dat gaat lukken. “Let maar op. Straks kan ik er weer voor honderd procent voor gaan.”