Bob Heeren

Column Bob Heeren: Tuintje in zijn hart

Tuintje in zijn hart

Het is mistig als ik mijn auto op de Noordwijkerweg rechtsaf de Kloosterschuurlaan in stuur. De weg is smal en ik rijd langs tuinen en boerderijen. Ik waan me, omringd door witte flarden, in een andere, sprookjesachtige wereld.

Die beleving verandert na enkele honderden meters volledig als ik uitkijk op een weidse vlakte met daarin de industrie van Klei Oost en eindeloze broeikassen.

Vanuit een wolk doemt het bedrijf Tilburg Orchids Cymbidium op. Peter van Tilburg (62) verkocht zijn orchideeënkwekerij aan zoon Han, net voordat Corrie, zijn grote liefde en moeder van kun kinderen Floris, Rosalie, Han en Job, overleed.

Orchideeën.

Mijn vrouw Marieke vroeg met haar bekende Amsterdamse humor ooit aan haar oom Jim hoe hij haar zou laten weten dat zijn ziel na zijn overlijden ergens anders voortleefde. Jim voelde zich ongemakkelijk door die vraag. Hij ging naar de kerk en moest niets hebben van een door Marieke uitbundig beleden geloof in spiritualiteit. Maar omdat ze met natuurlijke charme bleef aandringen en hij haar graag mocht, gaf Jim haar toch een duidelijk antwoord.

Hij zou haar een orchidee sturen, op een onverwachts moment.

Ik leg mijn spullen in de kantine en loop met Peter een van de zes kassen in die in totaal 30.000 vierkante meter bestrijken. De oogst in deze kas is net de deur uit voor de viering van Allerheiligen. De planten in de andere kassen zijn op andere strategische momenten in het jaar rijp om te worden verwerkt.

In totaal groeien in de kassen van Van Tilburg 60.000 orchideeën, allemaal van het soort cymbidium. Het zijn lange takken met daaraan witte, rode, paarse, roze, oranje of gele bloemen. Elke bloem heeft een boogvormige lip die op een bootje lijkt. Het Griekse woord kymbos betekent boot en daarmee is de naam cymbidium te verklaren.

Peter is geboren en getogen in het gebied Kloosterschuur in Rijnsburg, waar hij nog steeds werkt en woont, in een fijn huis met daaromheen een enorme tuin die hij zelf onderhoudt.

Peter is een boerenzoon. Op zijn 19e begon hij voor zichzelf, met buitenbloemen. Met de onmisbare hulp van zijn jeugdvriend Cees Driebergen, die voor accountant ging studeren, kocht hij zijn eerste bedrijf dat hij uitbouwde tot een bescheiden imperium in bloemen met een eigenzinnig uiterlijk.

Cees en Peter zijn altijd vrienden gebleven. Ze werkten samen in het bestuur van de Rijnsburgse Boys en werden allebei erelid van de club, vanwege hun enorme verdiensten. Peter deed alles voor de gebouwen en terreinen. Met enige regelmaat beschouwen Peter en Cees de toestand in de wereld en in de club vanuit een stamkroegje in Leiden. Hun geel-zwarte bloed kruipt waar het niet gaan kan als de beide heren nog steeds van tijd tot tijd actief betrokken worden bij de vereniging.

Toen Peter de kwekerij aan zoon Han had verkocht vond hij het aanvankelijk niet makkelijk met hem samen te werken, totdat hij zich herinnerde dat hij het op zijn 19e zelf niet prettig had gevonden toen degene van wie hij het bedrijf had gekocht zich te veel met zijn bedrijfsvoering bleef bemoeien. Nadat Peter zichzelf in die spiegel had bekeken ging het verder goed tussen vader en zoon en snijden Han en Peter de cymbidiums steeds sneller dan de ongeveer tien medewerkers kunnen inpakken.

Peter heeft altijd hard gewerkt. Misschien wel wat te hard, vindt hij nu, ook in combinatie met wat hij allemaal voor de club heeft gedaan.

“Corrie en ik hadden onze ouwe dag iets anders voorgesteld.”

Na dit understatement vraag ik Peter of hij zich daarom weleens schuldig voelt. Dat doet hij. Al is hij blij dat Corrie en hij na de verkoop van de zaak aan Han nog zeven maanden veel tijd voor elkaar hebben gehad. Een tijd waarin ze niet eens meer zoveel met elkaar hebben besproken, omdat ze dat daarvoor al vaak en uitgebreid hadden gedaan.

Het overlijden van Corrie in mei 2022 sloeg een gat in het hechte gezin dat daardoor gelukkig niet uiteenviel maar door liefde juist verbonden bleef. Peter ontpopte zich tot keukenprins en trakteert zijn kinderen en hun aanhang iedere woensdagavond op schotels die hij met een persoonlijk tintje bereidt.

“Ik heb laatst macaroni uit de oven gemaakt, met een heleboel erop en eraan. Ze hebben alles opgegeten dus het zal wel hebben gesmaakt.”

Zoon Floris had het als ondernemer met zijn stropdassenwinkel.nl aanvankelijk lastig maar kwam als de aanhouder die wint bovendrijven. Jongste zoon Job werkt als marechaussee op Schiphol en dochter Rosalie is GGZ-psycholoog voor kinderen. Peter en zij staken onlangs in een kathedraal in Praag een kaarsje op voor zijn vrouw en haar moeder en schaamden ze zich niet voor hun tranen.

Ik denk aan mijn dochter Janneke die bij ons thuis een feestje gaf toen ze haar havo-diploma had gehaald. Haar vaste vriendinnengroep bracht ook iets voor Marieke mee, als dank voor wat ze voor Janneke én voor haar vriendinnen betekende, met haar luisterend oor en wijze raad.

Marieke was blij verrast. Ze pakte het cadeau uit en keek naar een prachtige orchidee. Acht jaar later was ze ernstig ziek en vertrok haar ziel uiteindelijk vol vertrouwen naar een plek waar wij haar niet meer kunnen waarnemen.

Toch denk ik haar aanwezigheid van tijd tot tijd nog steeds te kunnen voelen.

Voor Peter is het nog maar kortgeleden dat zijn vrouw overleed. Ik ben inmiddels acht jaar verder en heb veel geluk gehad dat ik in mijn vrouw Linda een uitzinnige liefde heb gevonden.

Ik vraag Peter hoe híj zich redt.

“Ik heb een enorme uitlaatklep”, zegt Peter.  “Onze tuin. Die deed ik altijd samen met Corrie. Nu werk ik daarin alleen en voelt het soms alsof we daar nog steeds samen zijn.”

Peter heeft zichzelf zeker twee jaar heeft gegeven om (zoals ik dat interpreteer) zijn leven opnieuw uit te vinden. Zo is hij bezig op het bedrijf, met zijn kinderen, kleinkinderen en aanhang, met de geschiedenis van Kloosterschuur, met het huisvesten van arbeidsmigranten in zijn voormalig ouderlijk huis en met de grote familie die Rijnsburgse Boys heet.

Als het aan Peter ligt blijft hij nog wel even in de woning met de tuin waarin zoveel herinneringen aan Corrie voortleven.

Ik weet zeker dat er een dag komt waarop Peter al schoffelend, wiedend of snoeiend opeens een bloem ontdekt die ongewoon mooi bloeit. Dan zal het erop lijken dat die bloem hem aankijkt in plaats van andersom. En zal Peter zich afvragen waarom hij juist díe bloem nooit eerder zo heeft gezien.

Ik pak mijn spullen uit de kantine en kondig aan te vertrekken. “Ik heb nog wat voor je vrouw”, zegt Peter. Ik krijg een indringend mooie cymbidium mee naar huis.

Thuis kijken Linda en ik naar de bloem en naar elkaar, zonder woorden.