karly

Van het bestuur

“Over geel-zwarte diamanten”

Afgelopen zaterdag beluisterde ik op RTV Katwijk een radio uitzending, waarin door Jaap Kloos met onze huisreporter IJsbrand van Tilburg teruggekeken en geluisterd werd naar mooie Rijnsburgse voetbalmomenten uit het verleden. Diverse fragmenten werden teruggehaald, waarin we horen hoe een enthousiaste IJsbrand met overslaande stem (heerlijk geluid!) het thuisgebleven volk aan de radio gekluisterd hield. De winnende goal van Jeroen Hessing thuis tegen IJsselmeervogels in blessuretijd heeft door het  uitzinnige radioverslag van IJsbrand bijna een mythische status gekregen.
 
Een mooi fragment uit een rijke geschiedenis van unieke momenten.
Ook werd aan IJsbrand de vraag gesteld of hij vanuit al die jaren wedstrijden van Rijnsburgse Boys bekijken, een speler kon noemen met een statuur van Daar ga je nou echt voor naar het voetbalveld. IJsbrand en de telefonisch participerende Niek Oosterlee noemden daarbij als voorbeeld Kevin Winter, maar ook de namen van uiteraard Huug Aandewiel en Bart Freke kwamen voorbij. Afijn, de uitzending ging zo nog even door en natuurlijk geen eenduidig antwoord op de gestelde vraag.
Na afloop van de uitzending ben ik voor mezelf eens op een rijtje gaan zetten, voor welke spelers ik van kleins af aan nou graag ons vlaggenschip door het hele land achterna gereisd heb. Eerst als supporter, naderhand steeds meer en meer betrokken, hebben veel seizoenen in ieder geval als gevolg dat je in iedere groep of generatie wel spelers of stafleden ertussen hebt zitten die iets speciaals hebben.
 
Dat hoeven dan niet eens de meest begenadigde voetballers (geweest) te zijn. In het voetbal spelen immers zoveel facetten mee, waarin een individuele speler kan excelleren of een staflid onderscheidend kan zijn. De bijdrage aan het team maakt dat je iedere speler of staflid in dat opzicht weer anders kunt typeren. En vergeet ook de (voormalige) bestuurders en vrijwilligers niet, welke onderdeel uitmaken van het sociale geheel, waardoor we allemaal graag de reis maken naar het voetbalveld. Ik in ieder geval wel!
 
 
In totaal willekeurige volgorde kwamen in het gemijmer bij mij een reeks namen naar voren, die mijn geelzwarte jaren tot op heden gekleurd hebben, op welke specifieke wijze dan ook. Best eens leuk om dat een keer uit te diepen, aan tijd geen gebrek momenteel. Slechts een paar mensen, een summiere selectie uit een zee van namen:
 
Ik ging Rijnsburgse Boys voor het eerst echt wekelijks volgen in het seizoen  1994-1995.
Hans Schot was toen de doelman en dat was een indrukwekkende verschijning tussen de palen. Zelden daarna heb ik nog een dergelijk charismatische doelman gezien en het is een gegeven dat diezelfde Hans Schot in de huidige staf nog steeds niet aan charisma heeft ingeboet. Mooi om te zien dat iemand van buitenaf zo lang aan de club verbonden is, op zijn eigen professionele wijze.
Martin den Haan is voor mij de speler die veel te vroeg heeft moeten stoppen door een blessure. Zijn rushes, zijn kop als wapen bij de hoekschop, zijn voetbalintelligentie, moesten we ineens missen na een noodgedwongen stoppen. Jaren gingen voorbij en er kwam nog een korte terugkeer onder Verdonkschot. En het was gelijk weer magisch, om Haantje op Nieuw Zuid de openingsgoal te zien binnenkoppen.
Steven Faber, spits en aanvoerder, penaltyspecialist. Faber bezat de kwaliteit om bij een strafschop zo lang te wachten, dat de keeper de keuze voor de hoek als eerste moest prijsgeven. Faber koos dan gewoon de andere hoek. Volgens mij heeft hij in zijn Rijnsburgse tijd slechts 1 penalty gemist, die was op de paal. Geen keeper die hem de baas was in dat opzicht, maar ik laat me graag corrigeren als de waarheid anders ligt.
Danny van der Vijver, stille kracht, motor op het middenveld, sluipschutter. Als ventje van 16 jaar al bij de selectie en door de jaren heen uit zien groeien naar een kerel van formaat, is een mooie persoonlijke herinnering. Het oneindige geduld en stoïcijns acceptatievermogen van Danny kan voor het jonge Rijnsburgse talent in het algemeen een voorbeeld of misschien wel blauwdruk zijn, hoe je de klus moet klaren om in Rijnsburg 1 een vaste waarde te worden.
Chris Hogewoning die, al mopperend, de grootste bergen werk verzet, in navolging van Maart van Duyn, vormen het beeld dat je er met elkaar de schouders onder moet zetten. Dat beeld staat vanaf mijn jongste jaren op het netvlies. Zoals zij, zijn er nog velen, maar daardoor niet minder uniek.
Niek Oosterlee als trainer, een zuiverder mens bestaat er niet. Normen en waarden op een uitzonderlijk hoog level, dat waren hele fijne jaren om mee samen te werken. In dezelfde adem Dick Heemskerk, met onbegrensde  passie en loyaliteit, aan wie dan ook maar de hoofdtrainer was. Als je als jong persoon veel met dit soort mensen op mag trekken, in een organisatie als de staf van Rijnsburgse Boys 1, dan leer je daar heel veel van.
Joël Tillema. Vijf seizoenen een heerlijke speler om naar te kijken, binnengekomen bij de club onder bijzondere omstandigheden en hem als persoon en speler zien ontwikkelen. Zijn verhaal van vijf seizoenen Rijnsburgse Boys is waardevol om van dichtbij mee te maken.
 
De succesjaren tussen 2005 en 2009 kennen een heel geraamte aan spelers, die de kern vormden van de ploegen die de prijzen aan elkaar geregen hebben. Bijvoorbeeld Raymond Kolder en Joost Kuhlmann als het cement van de teams, die drie titels en een zaterdagtitel in de wacht gesleept hebben in die tijd, Martijn Gootjes als doelpuntenfenomeen. Topscorer aller tijden van de club, 106 doelpunten in 8 seizoenen is al bijzonder, maar als je het om zou rekenen naar speelminuten dan komt daar een belachelijk hoog moyenne uit, aangezien Gootjes ook geregeld met een invalbeurt van een paar minuten zijn waarde moest bewijzen. Wat op het veld gepresteerd werd, vond zijn grondslag in datgeen wat jongens zoals hierboven vermeld, buiten het veld met elkaar realiseerden.
De wijze waarop Ted Verdonkschot en Ed Bos deze succesploegen bij elkaar gebracht en vorm gegeven hebben, mogen we koesteren. Deze dagen nog regelmatig beelden teruggekeken van wedstrijden uit die jaren. Unieke periode uit de clubgeschiedenis waar een hoop mooie mensen deel van uitmaakten!  En met alle genoemde namen, plus de namen die ik niet eens genoemd heb, laat dat maar weer zien dat je maar moeilijk kunt concluderen dat je voor specifiek een bepaalde speler graag naar het voetbalveld komt. Daarvoor komen er teveel voorbij waar we ons op wat voor manier dan ook persoonlijk mee identificeren.
Momenteel zitten we ook in een unieke periode in de clubgeschiedenis. De eerder genoemde Ed Bos, maar ook Piet van Egmond, Cees Driebergen en Gerard van Zuylen zijn mensen die als bestuurder veel offers gebracht hebben in dienst van de club. Mede daardoor zijn we waar we nu zijn als club. Leerzaam om dat eens terug te halen in een reflectie met dat soort mensen.
Van ons wordt als bestuur nu ook het nodige gevraagd om de club door zwaar Corona-weer heen te loodsen. Met  elkaar lukt ons dat. Uiteindelijk brengt ons dat straks weer het plezier om de wedstrijden te bekijken en tegen elkaar te zeggen:
Daar ga je nou echt  voor naar het voetbalveld
 
Jaco Heemskerk